Gratis verzending in Nederland vanaf €60 • Volgende werkdag verzonden

Keuzehulp · NexWave Games

Welke Super Mario-game voor de NES past bij een beginnende speler?

Drie bekende Mario-games, dezelfde NES-controller en toch drie verschillende ervaringen. Super Mario Bros. leert je met een paar knoppen rennen en springen. Super Mario Bros. 2 laat je groenten en vijanden optillen, terwijl deel 3 een wereldkaart en meer hulpmiddelen toevoegt. Welke het beste begin vormt, hangt af van wat je wilt leren en hoeveel afwisseling je prettig vindt. De bekendste eerste game is niet automatisch voor iedere beginner de makkelijkste keuze.

Nintendo Entertainment System met originele rechthoekige controller
De eerste Super Mario Bros.-spellen verschenen op de NES; controleer welke cartridge je koopt. Foto: Evan-Amos / Wikimedia Commons (publiek domein)

Super Mario Bros.: direct beginnen met springen

Het eerste Super Mario Bros. heeft een heldere basis: naar rechts bewegen, gaten overspringen en vijanden ontwijken of op hun hoofd landen. Je hoeft geen kaart of inventaris te begrijpen voordat je begint. Het eerste level geeft ruimte om het verschil tussen lopen en rennen te voelen. Daarna vraagt het spel steeds nauwkeuriger timing. De beperkte hoeveelheid knoppen maakt de uitleg kort, maar betekent niet dat de hele game eenvoudig is.

Kies dit deel als je de oorspronkelijke manier van spelen wilt leren en het niet erg vindt stukken opnieuw te oefenen. Een sprong die eerst mislukt, lukt vaak beter zodra je snelheid en afstand leert inschatten. Verwacht op een originele NES geen moderne terugspoelfunctie of onbeperkte snelle opslag. Met twee spelers wisselen Mario en Luigi elkaar af; je loopt niet tegelijk samen door hetzelfde level.

Super Mario Bros. 2: een andere aanpak

De Europese NES-uitgave van Super Mario Bros. 2 speelt anders dan deel 1. Je trekt groenten uit de grond en tilt bepaalde vijanden op om ze te gooien. Alleen op een vijand landen is dus niet dezelfde standaardaanval als in het eerste spel. Er zijn vier speelbare personages met verschillende eigenschappen. Peach kan bijvoorbeeld even zweven, wat helpt wanneer je de plaats van een landing wilt bijstellen.

Dat maakt deel 2 interessant als je graag personages uitprobeert en wat meer onderzoekt. Je moet wel extra handelingen leren, zoals optillen, gooien en deuren gebruiken. Kies het daarom niet uitsluitend omdat het cijfer 2 een vanzelfsprekende volgende les lijkt. Let bij informatie zoeken ook op de naam: de Europese en Amerikaanse Super Mario Bros. 2 is een ander spel dan de Japanse opvolger die later bekend werd als The Lost Levels.

Super Mario Bros. 3: korte levels en veel afwisseling

Deel 3 geeft je een wereldkaart, verschillende routes en voorwerpen die je tussen levels kunt inzetten. Je komt opnieuw herkenbare springsituaties tegen, maar krijgt meer soorten omgevingen en power-ups. Die afwisseling kan motiveren wanneer je vooral wilt ontdekken wat Mario allemaal kan. De kaart voegt wel keuzes toe en sommige latere levels vragen behoorlijk wat oefening. Meer hulpmiddelen maken niet ieder onderdeel automatisch makkelijker.

Voor veel beginners is deel 3 een prettige keuze als ze een uitgebreid Mario-avontuur zoeken; deel 1 past beter bij een eenvoudige uitleg van de basis. Deel 2 kies je voor zijn afwijkende speelstijl en personages. Probeer vooral een kort stukje zonder meteen het einde als doel te stellen. Controleer bij een tweedehands cartridge welke titel werkelijk wordt aangeboden: een samengestelde cartridge met bijvoorbeeld Duck Hunt is niet hetzelfde als een los deel uit de reeks.

← Alle blogs